Zomervakantie, dag 88

Sommige dagen loopt het allemaal als een Zwitsers uurwerk. De een kampeert in de tuin met het buurmeisje, de ander bakt red velvet-taarten met een vriendin, er wordt een fiets gepakt richting strand of een AH-shirtje aangetrokken voor een middagje vakken vullen. Iedereen blij, iedereen weg.

Andere dagen is er niets. Helemaal niets. En dan druipt de ergernis van de muren, alsof de voegen van het huis gemaakt zijn van pure puberhormonen. De zomervakantie duurt eigenlijk een week te lang voor kinderen. Ze beginnen te irriteren. Zeg maar gerust tirriteren*

‘Kun je nou nooit eens gewoon normaal lopen?’
‘Ja hoor, doe ik toch ook.’
‘Maar NIET op je handen!’

De tienjarige dochter had net een handstand ingezet, precies op het moment dat haar broer met hongerige tred richting keuken liep. Boem! Een botsing, een gil, een dramatisch ‘ooit ga ik hier nog eens mijn nek breken door jou!’

Alle bibliotheekboeken zijn al drie keer uit, de Nintendo Switch ligt op apegapen. Iemand bedenkt dat het misschien leuk is om te beginnen aan een potje RISK, terwijl iedereen met meer dan anderhalf decennium levenservaring allang weet dat dat altijd op oorlog uitloopt.

‘Oh ja hoor. Jij gaat weer voor Australië.’
‘Dan ga jij toch voor Zuid-Amerika.’
‘Ja, hallo! Gaan jullie gewoon samenwerken? Dan wil ik Azië.’
‘Doe je best, Sjarrel.’

Tien minuten later staan de verstandhoudingen op spanning. De zoon van vijftien betwijfelt de betrouwbaarheid van de dobbelstenen (‘wiskundig gezien is de kans dat jij twee zessen gooit kleiner dan 3% en jij gooit het achter elkaar!’). De dochter van dertien probeert te onderhandelen met haar tweelingbroer. 

‘Brazilië voor Papoea Nieuw-Guinea?’ 

‘Hoe bedoel je?’ 

‘Nou, gewoon ruilen.’

‘Gast, het is geen Catan! Hier heb je twee houtjes en een kanon voor Peru?!’

‘Nee, Brazilië.’

‘Whatever! Zo werkt het spel niet!’

‘Wat maakt het nou uit als we het allebei goed vinden?’

De tienjarige, die intussen is afgehaakt bij alle dobbelsteen-discussies, doet gewoon weer een handstand in de gang.
‘Serieus?!’ roept haar broer vanuit Europa.
‘Wat nou? Ik oefen. Jullie oefenen toch ook oorlog voeren?’

Daar kan niemand echt iets tegenin brengen. Totdat de bom barst. Dobbelstenen vliegen, het bord schuift gevaarlijk richting tafelrand, en de alliantie Zuid-Amerika–Australië spat definitief uit elkaar.

Gelukkig is er cake.
En zoals de tienjarige wijs opmerkt met volle mond:

‘Met cake win je altijd.’

*Tirriteren is hetzelfde als irriteren, maar dan veel erger. (Astrid Lindgren, Karlsson van het dak)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *