Pubers

September is een soort rituele overval: ouderavonden buitelen over elkaar heen, mentoren draaien bevlogen een powerpointje af over regels en overgangsnormen waarvan je denkt: waarom delen jullie dit niet gewoon met de leerlingen? Die moeten er immers iets mee. Ondertussen legt de mentor uit dat ik via Magister kan volgen hoe mijn kind ervoor staat. Waarom? Zodat hij dat niet meer enthousiast (of juist bedremmeld) zelf hoeft te vertellen?

En altijd is er die ene ouder die als eerste wil weten hoe het nu zit met Duits. Er is nog geen docent, en vorig jaar viel het vak ook al vaak uit. Ja, de frustratie is echt. Die voel ik ook. Maar denk je nu werkelijk dat de school niet al alles op alles zet, zonder dat jij het op de mentor gaat afreageren? Die heeft zijn handen al vol aan orde houden, zeker nu jouw kind dispensatie moet krijgen om zijn telefoon in zijn tas te bewaren vanwege onthechtingsproblematiek. Cynisch? Ja. Maar soms kan ik er niet omheen.

En dan, aan het eind van de avond, staat er altijd nog een ouder op -vaak dezelfde- die denkt iedereen een dienst te bewijzen door ons met een hippe QR-code in zijn groepsapp te trekken. Dank je de koekoek. Daar kunnen ze straks in de app nog wat verder mopperen op Duits. Doe dat maar lekker zonder mij. Laat ze een beetje los, denk ik dan.

Thuisgekomen staat de vijftienjarige ook net in de gang. Gevoetbald, huiswerk gedaan, en tussendoor nog een paar uurtjes ingevallen bij zijn bijbaantje; er was te veel geleverd, handen tekort. Daar is geen ouderappgroep van AH-vakkenvullers voor nodig. Doet hij gewoon zelf.

De dertienjarigen hebben intussen hun kleine zusje in bed gelegd. De afwas is gedaan, er staat een potje thee. Het huis ademt een soort stille volwassenheid die ik niet had verwacht in een gezin met zoveel pubers. Ineens bekruipt me de gedachte dat we ze misschien een tikje té zelfstandig hebben gemaakt. Ik wil ze loslaten, natuurlijk, maar mogen ze ook nog even kind blijven?

Ze doen het zelf. Ze doen het goed. Ze doen het alleen. En toch kijk ik rond: laat er ook nog iets overblijven voor ons.

Dan schuiven we aan voor een potje Hitster. Teams verdeeld in volwassenen en kinderen, dat is leuk, al is de grens soms vaag. De eerste noten van Johnny B. Goode klinken.

‘Pffff,’ verzucht de zoon van dertien, ‘pap, hier hebben we jou bij nodig. Dit stamt nog uit de tijd van de zwartwit muziek.’

En ineens ben ik niet meer toeschouwer, maar medespeler.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *