De eerste denkfout van de zomervakantie is ieder jaar dezelfde: dat er eindelijk rust komt.
‘Waar is de rest van de krant?’ vraag ik.
‘Bij ons.’
‘Bij wie?’
‘Nou… bij ons.’
Het sportkatern ligt deels bij de oudste zoon. Hij is de enige in Nederland die het WK nog volgt. Omdat helaas het sportkatern ook de puzzels bevat, heeft de tweeling van veertien ook een paar losse pagina’s. De jongste leest een artikel over het geconserveerde hoofd van een Ghanese koning in het Anatomisch Museum. De cultuurbijlage ligt onder een konijn. Iemand heeft de strips uitgeknipt.
De woonkamer ziet eruit alsof we morgen gaan schilderen.
Het zijn de eerste dagen van de zomervakantie. Nou ja… een soort van.
Want de basisschool doet nog gewoon haar best tot 17 juli. De jongste dochter repeteert voor haar eindmusical. De laatste loodjes van groep acht. De laatste weken basisschool. We gaan dit hoofdstuk straks echt dichtklappen. Na de vakantie hebben we vier middelbare scholieren in huis.
Bizar.
De andere drie zijn begonnen met vakantie. Officieel begint het over twee weken, maar de scholen in Leiden laten de leerlingen alvast oefenen. Tegenwoordig hoeven schoolboeken niet eens meer ingeleverd te worden. Wij stonden vroeger uren in de rij met een plastic tas vol gekafte boeken, waarvan er altijd eentje nog onder je bed bleek te liggen. Rapporten verschijnen al weken eerder in Magister en met een beetje creatief interpreteren van de overgangsnormen weet iedereen allang dat het weer gelukt is.
Dus hangen ze maar in huis. Want vakantie betekent ook: je ouders -die wel moeten werken- in de weg zitten.
‘Ik verveel me.’
‘Ga lekker naar buiten.’
‘Waarom?’
‘Omdat het mooi weer is.’
‘Daar zijn mensen.’
‘Doe een spelletje.’
‘Mijn schermtijd is op.’
Ik bedoelde een echt spelletje, met pionnen, maar goed. En hoezo is de schermtijd op? Het is half tien in de ochtend.
‘Ik krijg van jullie maar twee uur.’
‘Dat leek me voldoende.’
Maar zodra je probeert ze van hun scherm los te weken, blijkt er ineens sprake van een humanitaire crisis.
‘Jullie maken me een sociale paria.’
‘Dat denk ik niet.’
‘Iedereen denkt dat ik akoestisch ben.’
‘Volgens mij bedoel je autistisch.’
‘Nee.’
Oké. Blijkbaar ben ik ook te oud om nog precies te weten wat de nieuwste beledigingen betekenen.
Ondertussen schuift het huis een nieuwe fase in. Geen kinderen meer die vragen hoeveel nachtjes het nog slapen is tot groep vier. Wel pubers die precies weten hoeveel tienden ze tekort mochten komen om tóch over te gaan. Geen broodtrommels meer op het aanrecht. Wel fietssleutels, werkroosters en groepsapps die de hele nacht blijven piepen.
En een dochter die binnenkort haar laatste kunstje doet op de basisschool.
Ik ga de krant maar eens bij elkaar zoeken. Ik wil namelijk graag het weerbericht lezen. Er schijnt weer een hittegolf aan te komen. Als niemand tenminste al de zomer heeft uitgeknipt.

Vier acoestische pubers in huis!!
😜🥳🥳🥳🥳
😬